Het onderwijsbeleid in Veenendaal voor de periode 2016-2020


In de Raad van 28 april 2016 wordt het beleidsplan onderwijs vastgesteld in de zogenaamde Lokale Educatieve Agenda 2016-2020 (afgekort LEA). Deze agenda is ingesteld als instrument om het lokaal onderwijsbeleid vorm en inhoud te geven.  Het is een overlegvorm tussen de gemeente en het onderwijs om binnen gelijkwaardige verhoudingen tot gezamenlijke afspraken te komen over het onderwijs- en (jeugd) beleid. Gemeente, onderwijsveld en de kinderopvangorganisaties hebben deze LEA opgesteld. In het beleidsplan zijn de gezamenlijke visie en thema's benoemd, die er voor de komende jaren voor zorgen dat alle kinderen volop kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen en hun  talenten te benutten. Het onderwijsbeleid staat niet op zichzelf, doordat het ook raakvlakken heeft met landelijk beleid  en lokale keuzes op aanverwante beleidsterreinen zoals de Jeugd, WMO, Economie, Sport, Cultuur, Veiligheid en Participatie.


De VVD wil dat iedereen de kans krijgt het beste uit zichzelf te halen. Wij willen dat het onderwijs de kinderen vaardigheden meegeeft waar ze later iets aan hebben. Taalachterstanden moeten worden voorkomen. Iedere jongere in het onderwijs moet volop de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen tot een volwassen individu. Goed onderwijs speelt op die manier een grote rol in het leven van mensen. Maar ook de samenleving en economie hebben er belang bij. Als bedrijven behoefte hebben aan bepaalde vaardigheden, dan zijn dat zaken die we kinderen in ieder geval moeten leren. Dat is ook in het belang van de leerlingen zelf, want bij die bedrijven moeten ze na hun opleiding een baan vinden. Ieder kind verdient het onderwijs dat hij of zij nodig heeft. Of het een leerprobleem heeft of juist hoogbegaafd is. Daarnaast willen we als VVD het 'informeel leren' stimuleren, met name voor kinderen van laagopgeleide ouders. Informeel leren -daarmee wordt alles bedoeld wat kinderen  buiten school om leren, zoals huiswerkbegeleiding, cursussen, sport, bibliotheek, stages en bijbaantjes-, zou ook onderdeel moeten zijn van het aanbod vanuit de LEA. Het effect van leren buiten school wordt nog teveel onderschat. Aan de andere kant moet er aandacht zijn voor de kansen in het onderwijs. Een kind van hoogopgeleide ouders krijgt meer kansen op school dan een kind van laagopgeleide ouders, ook als kinderen even intelligent zijn. Dat kan leiden tot tweedeling in het onderwijs en moet dan ook onderwerp van gesprek zijn in de LEA tussen gemeente en scholen.


De VVD is groot voorstander van openbaar onderwijs en zal de ontwikkelingen daarbij in Veenendaal nauwlettend in de gaten houden. De VVD zal de komende jaren het Plan van Aanpak in de LEA volgen en daarbij kijken wat er in de tijd aangeboden wordt en waar het uiteindelijk toe leidt.

Het kind staat daarbij centraal!


Siem Gerritsen, raadslid VVD Veenendaal


Foto: Rembrandt College (openbaar voortgezet onderwijs, mavo, havo, vwo)